Enkele bedenkingen bij de centrale examencommissie

Ik kom geregeld in contact met leerlingen die examens willen afleggen bij de centrale examencommissie. In elk gesprek duiken steevast dezelfde uitspraken op:
  • de examencommissie is gemakkelijk

  • ik ken iemand die zijn diploma in één zittijd heeft behaald

  • TSO is gemakkelijker dan ASO

 

Deze (lange) post is een poging om dit te weerleggen en tegelijk enkele grote bronnen van ergernis te vermelden.

 

 

Is de examencommissie gemakkelijk?

 

 

Om dat vast te stellen, heb je eigenlijk degelijke cijfers nodig over het aantal inschrijvingen, het aantal geslaagden, enz. Die cijfers bestaan, maar het is niet gemakkelijk ze te vinden. Ik had drie stappen nodig om ze te bemachtigen:

  1. Ik mailde naar de voorzitter van de examencommissie en kreeg als antwoord dat ik mij met mijn vraag moest wenden tot meneer x die ergens veel hoger in de hiërarchie zit.

  2. Het antwoord van de heer x was doodeenvoudig dat die statistieken niet door het publiek kunnen worden geraadpleegd. Mij informeren over waarom dat zo was vond hij blijkbaar overbodig.

  3. Ik heb me dan maar gericht tot de Vlaamse infolijn om toch ten minste te weten waarom die cijfers 'geheim' moesten blijven. De mensen daar deelden mij doodleuk mee dat die gewoon te raadplegen zijn in het statistisch jaarboek.

 

 

De meest recente gegevens die ik kon raadplegen, waren die van 2005. De kwaliteit van de gegevens is totaal ondermaats. Maar goed, we roeien me de riemen die we krijgen.

 

 

Probleem 1: de zittijden.

De examencommissie zelf noemt de examenreeks van het voorjaar 'eerste zittijd' en die van het najaar 'tweede zittijd'. De statistieken worden echter verondersteld informatie te geven over het schooljaar 2005-2006. Is de eerste zittijd dan najaar 2005 en de tweede voorjaar 2006? Die vraag is relevant omdat ze een invloed heeft op de voorbereidingstijd en daarmee een gedeeltelijke verklaring zou kunnen zijn voor het verschil in slaagcijfers tussen de eerste en de tweede zittijd.

 

 

Probleem 2: de cijfers

De tabellen vermelden:

  1. aantal inschrijvers

  2. aantal deelnemers (= lees aantal afvallers)

  3. aantal niet-geslaagden (= lees kandidaten die geen deel- of vak-attest behaalden)

  4. aantal dat een deel- of vakattest behaalde

  5. aantal geslaagden

 

De meest cruciale informatie die ontbreekt (vind ik) is hoeveel zittijden de geslaagde kandidaten al achter de rug hebben. Zoals de cijfers nu worden gepresenteerd, kan je gemakkelijk de (zeker verkeerde) indruk krijgen dat alle geslaagden het hebben klaargespeeld in één zittijd hun diploma te behalen.

 

 

 

Zelfs dan zijn de cijfers bedroevend.

Eerste zittijd:

  • ASO: 392 ingeschrevenen, waarvan ongeveer 16% een diploma behaalt.

  • TSO/BSO/KSO: 1083 ingeschrevenen, waarvan ongeveer 16% een diploma behaalt.

 

Tweede zittijd:

  • ASO: 428 ingeschrevenen, waarvan ongeveer 14% een diploma behaalt

  • TSO/BSO/KSO: 931 ingeschrevenen, waarvan ongeveer 17% een diploma behaalt.

 

 

Ik heb de statistieken van vorige jaren ook even bekeken. De slaagpercentages blijven min of meer stabiel. Wat wel opvalt is dat er elk jaar iets meer mensen kiezen voor de examencommissie.

 

De cijfers lijken mij duidelijk genoeg om te weerleggen dat de examencommissie 'gemakkelijk' is. Als ruwweg 1 op 6 kandidaten slaagt, kan je niet spreken van gemakkelijk. Gezien die cijfers lijkt het mij ook erg onwaarschijnlijk dat er zoveel kandidaten zouden zijn die hun diploma in één zittijd behalen.

 

 

De cijfers geven onvoldoende informatie om te beslissen of TSO inderdaad gemakkelijker is dan ASO. De slaagcijfers liggen niet erg ver uit elkaar, maar wat betekent dat als je niet weet hoeveel zittijden er nodig zijn geweest om het diploma te behalen?

 

 

 

En dan nu mijn grote ergernis.

 

Iedereen die lesgeeft in ASO én TSO weet dat er grote verschillen zijn. Denk maar aan het aanbod aan en de kwaliteit van de handboeken, de klasgroottes, de leerplannen (vroeger toch) en het percentage probleemleerlingen (dat alleen maar toeneemt als je naar BSO overstapt).

 

 

De examencommissie is hierin niet anders. De tweede afdeling (ASO) wordt door andere mensen georganiseerd dan de derde afdeling (TSO/BSO/KSO). De verschillen tussen beide afdelingen zijn frappant en vlakaf onrechtvaardig te noemen.

 

 

Een voorbeeld:

  • leerling A schrijft in voor de richting Humane Wetenschappen (ASO – tweede afdeling). Leerling A krijgt per vak een bundel met informatie. Daarin staat welke leerstof moet worden verwerkt, een gedetailleerd leerplan met concrete doelstellingen, een beschrijving van het verloop van het examen én een zeer lange reeks voorbeeldvragen. Bij de inschrijving mag leerling A voorkeursdata opgeven en wordt daar in de mate van het mogelijke rekening mee gehouden. (voorbeeld: informatie bij het keuzevak chemie - 41 pagina's informatie over één vak)

  • leerling B schrijft in voor de richting Techniek-Wetenschappen (TSO – derde afdeling). Leerling B krijgt voor alle vakken samen 1 bundel(tje) met informatie. Daarin staat per vak gewoon opgesomd welke onderwerpen moeten worden ingestudeerd. Concrete doelstellingen worden zeer sporadisch geformuleerd, een beschrijving van het verloop van het examen is nergens terug te vinden en voorbeeldvragen komen totaal niet voor. Leerling B mag ook geen voorkeursdata opgeven. (voorbeeld: leerplan studierichting Techniek-Wetenschappen - 58 pagina's informatie over de volledige studierichting - 2 bladzijden informatie over het vak chemie).

 

 

Leerlingen waarvan iedereen aanneemt dat ze zwakker zijn en weet dat ze vaak kansarmer zijn, krijgen ook bij een zogenaamd neutrale en objectieve instelling als de centrale examencommissie minder steun en minder faciliteiten dan de leerlingen waarvan men aanneemt dat ze intelligenter en zelfredzamer zijn. Hoe rechtvaardig is dat?

 

 

Veel kandidaten kiezen voor TSO omdat ze denken dat die richtingen gemakkelijker zijn. Voor de taalvakken is dat allicht correct. Voor wiskunde en wetenschappen ben ik minder overtuigd.

 

Het belangrijkste echter, is dat de meeste leerlingen er geen rekening mee houden dat er bij TSO vrijwel altijd een stuk praktijk is en dat het in heel wat gevallen bijzonder moeilijk is je daar fatsoenlijk op voor te bereiden. Waar vind je als individu (want dat ben je als je kandidaat examencommissie bent) een gespecialiseerd laboratorium waar je proeven kan leren uitvoeren?

 

Over de wantoestanden bij BIS (begeleid individueel studeren zal ik het een volgende keer hebben).

Post new comment

The content of this field is kept private and will not be shown publicly.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.

More information about formatting options

Edulogos voorziet in technische en operationele steun aan internationale onderwijsprojecten.

Sinds ons ontstaan in 2007:

  • hielpen we meer dan 800 mensen met hun voorbereidingen voor de examencommissie secundair onderwijs
  • hebben we meer dan 1000 mensen gratis geadviseerd in verband met onderwijs

Sinds 2014 bestaat er bovendien een onafhankelijke afdeling van Edulogos in Senegal. Vlaamse vrijwilligers zijn daar welkom.